• Coop
  • Stipbike
  • Aia Software
  • La Vintus Open Haarden
  • RezaCoach
  • Café de Kroon
Slideshow Banner by WOWSlider.com v5.2m

U bent hier: Home › Vereniging › Onderhoud MTB

Onderhouds controlelijst 

Droog reinigen. 
Als je alleen wat zand aan de fiets hebt (geen klei oid) kun je het ook laten opdrogen. Daarna met een borstel eraf borstelen werkt prima. Probeer eens een afwasborstel, daarmee kom je op allerlei lastige plekjes. 

Nat reinigen
Na een ritje in de modder kom je er niet onderuit de MTB nat af te doen. Laat de modder niet opdrogen waardoor het later een lastige klus wordt. Ga direct na de rit aan de gang. Het beste is eerst grove stukken afspoelen met een zachte straal water waardoor al de meeste modder eraf gaat. Dat zand kun je dan niet meer tegenkomen om krassen mee te maken! Vervolgens afsoppen of afsponsen met een emmertje sop (of een plantenspuit) Af en toe met autoshampoo met wax is ook goed voor de lak. Gebruik hier eventueel een zachte borstel bij. 

Tot slot naspoelen en droog maken. Het beste met perslucht even een rondje langs alle draaipunten en de ketting. Heb je dat niet, dan even de grootste druppels eraf halen door flink te schudden aan de fiets en droogwrijven met een droge doek (in ieder geval de ketting). Daarna weer alle draaipunten en de ketting in de teflonolie of -spray waardoor alles weer soepel loopt en roest wordt voorkomen.

Nat afspuiten heeft een aantal nadelige gevolgen voor de MTB:

1. Het kost u een hele hoop werk en tijd.
2. Water en zand is een lelijk schuurmiddel.
3. Kans dat u kleine zanddelen en water in een lager spuit is aanwezig. Maar gebeurt zeker als dit met een hoge druk spuit gebeurt.
4. Ook kunnen er kleine zanddelen tussen binnenkabels en buitenkabels kruipen, waardoor deze kabels niet meer soepel kunnen bewegen en het systeem niet meer goed werkt.
5. Het argument dat je van een grotere afstand spuit snijdt geen hout.
6. Op lange termijn leidt het tot een kortere levensduur van de onderdelen, ook een kortere levensduur van de MTB en dus hogere kosten.

Regelmatig een onderhoudsbeurt kost weinig moeite, je fiets blijft soepel en betrouwbaar 

• Wacht niet te lang met onderhoud aan je fiets als dat nodig is. Hoe langer je wacht met onderhoud, hoe erger een mankement wordt (en erger: duurder). 

• Voordat je onderdelen van de MTB gaat onderhouden maak je ze eerst goed schoon. 

• Draai niet alles te vast. Voor goed fietsonderhoud is het belangrijk dat onderdelen ook weer vrij gemakkelijk verwijderd kunnen worden. 

• Om extra goed schoon te maken kan je ook eens een ontvetter of bike cleaner gebruiken. Dit middel is vooral handig bij lastig te bereiken plaatsen. Gebruik het als alles met mate. Daarna bij voorkeur debehandelde delen in de autowas zetten voor een beschermend laagje.

• Zorg er voor dat je goed fietsgereedschap bij de hand heb, omdat je tijdens het schoonmaken mogelijk mankementen aan je fiets tegenkomt. 

• Maak bij V-brake remmen de zijkant van de velgen en V-brake remblokjes goed schoon. Verwijder olie, vet, zand en modder voor een betere remwerking. Door zand te verwijderen verleng je bovendien de levensduur van de remblokjes en velg. 

• Wanneer je op al aardig versleten remblokjes aluminium of ijzer ziet zitten betekent niet altijd dat de remblokjes moeten worden vervangen. Soms zijn het metaal deeltjes die door de slijtage van de velg in de remblokjes zijn gekomen. 

• Smeer geregeld de ketting (iedere schakel), derailleur (draaipunten en veer) en de wat oudere V-brake remmen (draaipunten, veren en kabels). Schijfremmen hoef je niet te smeren. 

• Gebruik geen normale olie voor je ketting, omdat deze snel stof en zand aantrekt. Gebruik daarvoor speciale wax kettingolie, omdat deze vuilwerend en waterafstotend is. 

• Een cassette bestaat uit verschillende tandwielen (ook wel kransjes genoemd) en een draaiend gedeelte (de body) wat op het wiel wordt geschroefd. De kransjes worden op de body vastgezet met behulp van een sluitring. 

• Het is niet nodig de cassette te smeren. Het wordt zelfs afgeraden, omdat een vette cassette extra veel vuil aantrekt. 

• Het is belangrijk om je fietsketting en cassette goed te onderhouden. Je fiets blijft soepel rijden en de slijtage is een stuk minder groot. Zand, stof en modder zijn zeer schadelijk voor je ketting en cassette. Doorde schurende werking zullen de versnellingen van je fiets vlug slijten. 

• Vervang de ketting op tijd, omdat het anders ten koste gaat van de veel duurdere cassette. Gebruik een ketting meetlatje om te bepalen of de ketting aan zijn onderhoudslimiet zit (dan niet talmen maar vervangen, de kans dat je dan langer doet met cassette en voortandwiel is dan aardig groot). 

• Wanneer de cassette (of bepaalde kransjes) wordt vervangen moet je ook de ketting vernieuwen. 

• Het beste kan je voor elke rit de fietsketting even met een doek droogvegen. Je veegt dan de wax of kettingolie er af die je de vorige keer bij thuiskomst erop hebt gedaan. Hierdoor haal je de vettigheid weg waardoor stof en zand minder eraan blijft plakken en het minder snel slijt.  

• Een tip om de levensduur van de ketting en cassette te verlengen: fiets niet met een gekruist verzet, met andere woorden: voorkom dat je fietst in het grootste voorblad én achtertandwiel of kleinste voorblad én achtertandwiel. 

• Zet je fiets ondersteboven om gemakkelijker lastige plaatsen te bereiken. 

• Voor de beste remwerking zorg je er voor dat de V-brake remblokken schoon en juist zijn afgesteld. Met een vijl en schuurpapier kan je het oppervlakte bij werken en ruw maken. 

• Gebruik vet (of nog beter montagevet) om te verhinderen dat de zadelpen, stuurpen en pedalen vast komen te zitten. Bij Carbon materiaal speciaal carbon 'smeer' gebruiken (let op gewoon vet aan carbon maakt het zo goed als waardeloos) 

• Omdat je van het schoonmaken behoorlijk vieze handen kunt krijgen, hierbij een tip om je handen gemakkelijker schoon te maken: gebruik groene zeep met wat vogelzand. 

• Ook handig: latex handschoenen ter voorkoming van al te vieze handen. 

• Gebruik als je een kabel moet vervangen de oude kabel voor het bepalen van de lengte van de nieuwe kabel. Vervang de buiten- en binnenkabel tegelijk. Zo vaak komt het niet voor en dan weet je zeker dat het weer helemaal goed is. Er is verschil tussen een rem- en een schakelkabel. De remkabel is dikker. Niet verwisselen.

• De derailleurkabel rekt soms wat op. Dat merk je doordat bv de derailleur achter niet overschakelt en soms een ratelend geluid maakt. Dan kun je de versnellingskabel strakker zetten door een a twee stopjes (hakve slag) te draaien van de kabelversteller aan de shifter op het stuur. Als dat onvoldoende is nog maar eens aan a twee tikjes. Net zo lang tot het schakelen weer lukt. Probeer dan of het terugschakelen nog lukt want als het te strak staat gaat het daar mis (terugdraaiien dus...Rechtershifter: draai naar voren voor strakker, bij de linkershifter juist naar achterdraaien (van boven gezien).

• Gebruik kabelstoppers om er voor te zorgen dat er minder vocht en vuil in de kabels komt. 

• Zorg voor een einddopje op het uiteinde van de kabel om rafelen tegen te gaan. 

• Moeren en boutjes kun je insmeren met vaseline ter voorkoming van roestvorming. 

•  De maximale bandenspanning staat aangeven op de zijkant van de buitenband. Hoe harder de band is opgepompt hoe lager de rolweerstand, maar een te hard opgepompte band geeft minder grip. Bij te slappe banden is de kans op lekrijden een stuk groter en de slijtage neemt toe. ca 1,7 a 2 Bar is prima afhankelijk van je gewicht. (zwaarder is de hogere waarde).

 

Pech onderweg

:•  Zorg dat je altijd minimaal een passende binnenband (biba) bij je hebt (twee is beter) en een klein bandenpompje. Bij een lekke band wissel je dan de biba. Als je de biba eruit hebt controleer dan of er iets in de buitenband zit, vaak een doorn. Die moet eruit want als je die laat zitten ben je zo weer de pineut. Plakken van de lekke biba doe je evt later thuis. 

•  Bij kettingbreuk onderweg is het handig een kettingpons (bv als deel van een multitooltje) bij je te hebben en een z.g. powerlink. Verwijder met de pons de kapotte kettinglink en vervang die door de powerlink. Dan kun je weer verder. Een 9 speed powerlink past ook op een 10 speedketting en vaak ook op een 11 speed. Dat zit wat los bij 10/11 maar als thuisbrenger wel ideaal.

•  Een reserve achterpad heb je nodig als je achterpad afbreekt. Als je die niet bij je hebt maar wel een kettingpons en powerlink kun je de derailleur verwijderen, de ketting inkorten en een singlespeed van de fiets maken. Zo kun je toch nog naar huis fietsen.

•  Neem bij heel lange ritten ook een reservesetje schijf)remblokken mee. Als het modderig is verdwijnen organische maar soms ook de hardere gesinterde blokken als sneeuw voor de zon. 

•  Zorg altijd voor voldoende water in je bidon. Als je een niet repareerbaar defect hebt kan het lopen lang duren, vochttekort kun je dan niet gebruiken. Voorts is het handig als je valt om de wond uit te spoelen (maar niet als er sportdrank in zit).  

De S(nelle) onderhoudscontrole

Voor de veiligheid en om de kosten zo laag mogelijk te houden is het verstandig een MTB na iedere training of wedstrijd te controleren. Een handig hulpmiddel daarvoor is de 10 SSen:

1. Schoonmaken. Direct na elke training of rit. Verwijder grof vuil met bv een afwasborstel. er zijn ook handige borfstelsets voor fietsen te koop waardoor je op elke plaats kunt komen. Als je gelijk na het fietsen begint zit alles nog lekker los en niet vastgekoekt.

2. Spuiten. Dit doe je eigenlijk alleen als de fiets heel erg vuil is en dan ook direct na het biken als alles nog niet is vastgekoekt. Dan gaat het er ook heel makkelijk af met een (slap) waterstraaltje uit bv de tuinslang en een borsteltje. De fiets in ieder geval nooit met hoge druk afspuiten want dan komt het water er makkelijk in afdichtingen en kabels waardoor roest en een hoge slijtage optreedt of het zelfs vast gaat zitten. Gebruik -als je er een hebt- een compressor met blaaspistool voor droogblazen.

3. Spray. Smeer de bewegende delen regelmatig in met Teflonolie of -spray (gebruik wax voor de ketting, wel eerst droog en schoon vegen met een droge doek) om alles soepel te blijven laten bewegen. Doe eventueel siliconenspray op het frame, zodat vuil makkelijker lost bij het schoonmaken. Nooit olie of spray op velgrand, remblok of remschijf laten komen (ook niet de spuitnevel) omdat dan de remwerking gevaarlijk vermindert! Als het per ongeluk toch gebeurt, direct dat remdeel ontvellen met remreiniger.

4. Stuiteren. Til het voorwiel 20 cm van de grond en laat de fiets ineens vallen. Hoor je iets rammelen? Zo weet je meteen of er iets loszit aan de MTB. Als je iets hoort zal dat meestal met het balhoofd, wiel of trapas te maken hebben omdat het frame als klankkast fungeert.

5. Stuur. Zit dit goed vast? Controleer dit door het voorwiel te klemmen tussen de benen en probeer dan het stuur te bewegen. Gaat dat, dan vastzetten!. Staat het stuur gecentreerd t.o.v. voorwiel? Zit er geen speling op het balhoofd?

6. Stoppers. Werken de remmen goed? Kun je de remhendels niet te ver inknijpen? Er mag wel een vingerdikte ruimte overblijven als de remmen zijn aangeknepen. Zit er nog remvoering op de remblokken? Bij minder dan 2 mm (V-brakes) of 1 mm (schijfrem blokken) loop je het gevaar van metaal-metaalcontact waardoor de velgen of remschijf versneld slijt. Loopt de remkabel soepel, komt na inknijpen de remhendel weer snel in zijn oorspronkelijke stand?

7. Schakelen. Schakelt de MTB goed op en af en wordt per schakelactie echt het volgende tandwiel opgepakt? Schakel alleen als de crankstel vooruit wordt gedraaid. Controleer ook de ketting op slijtage. Als je die op het grootste voorblad legt, mag je hem niet meer dan een halve tand van het tandwiel kunnen trekken (in de rijrichting). Gebruik een speciaal ketting meetlatje om te bepalen of je aan de slijtage grens bent. Het vaker vernieuwen van een ketting zorgt er voor dat je langer kunt doen met de duurdere cassette en/of voortandwielen. Zet als je de fiets voor langere tijd wegzet de ketting op het tandwiel waarbij de veer van de derailleur in ontspannen toestand komt (voor en achter meestal ketting op kleinste tandwiel). Zo gaat de derailleurveer het langst mee.

8. Spaken en wielen. Zitten er spaken minder strak, zijn er spaken gebroken? Zitten er deuken in de velg of slagen in de wielen? Vaak specialistenwerk want zo maar wat draaien aan de nippels leidt tot slagen in het wiel.

9. Spanning van de banden, staan deze niet te slap of te hard? 1,7 a 2 ato is de streefwaarde afhankelijk van je gewicht (kids is 1,7 ok, hoger gewicht is meer ri 2.0).

10. Snelspanners van de wielen, zitten deze vast en wijzen ze naar achteren? 

PS: Deze lijst is niet uitputtend, maar slechts een steuntje in de rug.


Ogenblik a.u.b. ...